De molen van Haverhoek


  • Bron: Spelmap Bambiliaanse Legenden, Scouting Nederland
  • Gemaakt op: 13 juli 2001, laatste wijziging: 17 april 2016

Zijn jullie al eens in Haverhoek geweest? Haverhoek is een kleine plaats, die tussen de velden met geel wuivend koren ligt. Als je er binnenkomt, hoor je alleen het zoeven van de molenwieken. Verder is het er heel erg rustig. Er komen nogal eens mensen uit Raasoord en Vlitter naar Haverhoek om een kijkje in de Molen te nemen en om door de korenvelden te wandelen. Ze vinden het er zo heerlijk stil.

Het is anders niet altijd even rustig geweest in Haverhoek. Er was eens een opschudding van jewelste in het kleine plaatsje. Eer deden geruchten de ronde, dat het spookte in de molen. Als je het oude verhaal, dat ik nu ga vertellen, hoort, dan zou je het nog geloven ook.

Toen Haverhoek nog kleiner en rustiger was dan het nu is, brachten de boeren uit de omgeving hun graag al naar de molen. De mulder (dat is een oud woord voor molenaar) had het er erg druk mee en moest vaak niet alleen overdag, maar ook 's nachts werken om al het graan tot meel te kunnen malen.

Op een dag was het weer zo ver; de mulder moest weer "nachtmalen". Niet, dat hij daar nou erg veel zin in had hoor, maar ja, het moest nu eenmaal gebeuren. Hij was ook wel een beetje benauwd voor wat zijn vrouw zou gaan zeggen. Die was nooit bijster gelukkig met dat nachtmalen. Als er 's nachts gewerkt moest worden, ging ze te keer van jewelste. Ze nam geen blad voor de mond en vertelde de mulder precies, waar het op stond. Vooral de laatste dag deed ze erg kattig.

Ook deze avond deed ze hem uitgeleide met scheldwoorden en gekrijs. Mulder Mikkels probeerde haar wat te kalmeren. "Er is nog zoveel te doen. Ik moet werken." "Ach jij, altijd maar werken; blijf toch eens thuis." Vrouw Mikkels stond met fonkelende ogen voor haar man en barstte zowat van ingehouden woede. Toen trommelde ze er met beide vuisten op los. Mulder Mikkels haastte zich de deur uit, en stuk brood meegrissend. Op het paadje naar de molen liep hij hoofdschuddend in zichzelf te mompelen: "Vrouw, vrouw, wat ging je weer tekeer. Griezels, het leek wel of ze me wilde verscheuren."

Die avond maalde de mulder van Haverhoek heel wat zakken graan tot meel en om een uur of elf keek hij tevreden om zich heen. Zo, het werk was lekker opgeschoten. Het werd tijd om naar huis te gaan. Juist, toen hij de klink van de deur oplichtte, klonk er een langgerekte schreeuw. Verschrikt stond Mikkels stil. Hoor! Nog eens! Het leek wel het geschreeuw van een dier. Zou het soms die grote zwarte kat zijn, waar buurman het laatst over had? Voor zover mulder Mikkels wist, had niemand in Haverhoek een zwarte kat. Ach, ze zouden het zich wel verbeeld hebben. Van dat werken 's avonds werd je moe. Zo mee, dat je soms niet meer wist, wat je hoort.

Thuisgekomen vroeg hij toch nog even aan zijn vrouw, of zij soms ook vreemde geluiden had gehoord, maar ze lachte hem uit en zei: "Alleen in het donker hè? Dan ziet hij meteen spoken. Zielig kereltje."

De volgende avond ging de mulder met zijn knecht Floris naar de molen. Ze wachtten tot middernacht en toen...

"Lieve hemel, mulder, moet je horen. Wat is dat voor een geluid?" fluisterde Floris, terwijl hij een stapje dichter bij mulder Mikkels kwam staan. Er klonk een schreeuw, die door merg en been ging. Mulder Mikkels rilde en trok zijn mulderskiel wat vaster om zich heen. Boven hun hoofd hoorden ze een dreun. De twee mannen doken in elkaar. Weer klonk er een bons. Gespannen luidsterden ze. Toen hoorden ze een harde bons buiten de omloop van de molen. Tegelijkertijd keken ze naar de deur en ja haar, langzaam, krakend en piepend ging de deur open.

"Lieve deugd", riep Floris. "De kat van de buurman", sprak mulder Mikkels. Sluipend kwam het dier naar de mannen toe. Het dook in elkaar en even dacht mulder Mikkels, dat ze aangevallen werden. Maar het werd nog ernstiger dan het al was. Plotseling kwamen er uit de donkere nacht wel twintig andere katten, krijsend en blazend. Een ogenblik stonden ze in een kring naar de mulder en zijn knecht te kijken en toen, plotseling, alsof er een teken werd gegeven, sprongen ze met z'n allen op de die twee af. Ze krabden hen en hingen met hun klauwen aan hun kleren. Het was een heidens kabaal. Een schreeuw van de grote, zwarte kat deed al het lawaai verstommen. Alle katten keken naar de grote zwarte met de helgroene, bliksemende ogen. Deze begon ineens langzaam rond te sluipen, een beetje dansend en daarna sneller en sneller. De overige katten mengden zich in de wervelende rondedans en schreeuwden een hels lied. Mulder Mikkels en zijn knecht Floris stonden te rillen van angst en toen de lawine van katten ineens op hen af kwam rollen, wisten ze niet, hoe snel ze op de omloop van de molen moesten komen. Buitengekomen renden ze haastig de molentrap af, het dorp in.

"Grote hemel!", stamelde Floris, "daar ga ik 's nachts niet meer heen, baas; het spookt er." En ze waren vastbesloten om 's avonds niet meer in de molen te komen. De boeren mopperden wel, toen ze het hoorden, maar ze konden de mulder niet van zijn besluit afbrengen.

Na een paar weken, toen Mikkels buiten bij zijn molen stond, kwam er een hegmulder langs. Een hegmulder is een molenaar, die van de ene naar de andere molen trekt om er te helpen.
"Goeienavond baas, heb je nog werk voor me? Ik heb best zin om m'n handen weer eens uit de mouwen te steken. Zeg eens, waarom draaien de wieken niet? Er waait anders een uitstekend windje. Prachtig maalweer baas."

Mulder Mikkels vertelede de hegmulder, wat er aan de hand was. De hegmulder werd er echter niet koud of warm van. "Ach, daar ben ik toch niet bang voor. Laat mij daar maar eens een avondje naar toe gaan." Mulder Mikkels toonde de hegmulder de molen en maakte toen snel, dat hij weg kwam, want het werd al knap donker en dan vertoonde hij zich niet graag meer in de buurt van de molen.

De hegmulder maakte het zich gemakkelijk in de molen en wachtte, tot de klok twaalf uur sloeg. En ja hoor, het spektakel bleef niet uit. Precies om twaalf uur sloop de grote zwarte kat de molen in met de twintig andere katten achter zich aan. Toen de hegmulder de dieren zag, greep hij een oude sabel, die aan de wand van het vertrek hing. Op hetzelfde moment sprong het twintigtal katten en de grote zwarte op hem af en bewerkten hem met hun nagels. De hegmulder sloeg als een razende Roeland om zich heen. "Hier pak aan, akelige beesten. Scheer je weg. Denk maar niet, dat ik bang voor jullie ben. Kssst, ga weg." De katten rolden over elkaar en maakten zo snel ze konden rechtsomkeer. In een mum van tijd waren ze allemaal verdwenen.

Tevreden keek de hegmulder ze na. "Zo, dat is dat. Opgeruimd staat netjes. Hé, wat is dat nou?" Op de vloer lag een glimmende gouden ring. "Van wie zou die ring toch zijn?", vroeg de hegmulder zich af.

De volgende morgen liet hij de ring aan mulder Mikkels zien. "Nee maar, dat is...", stamelde de mulder. Verder zei hij niets meer. Hij zag lijkbleek en kon geen woorden uitbrengen. "Die ring is van mijn vrouw", bracht hij er tenslotte met veel moeite uit. Toen rende hij kwaad het huis binnen, maar wie hij ook zag, geen muldersvrouw. Ze was verdwenen.

Het duurde nog een hele tijd, voordat de mulder geloofde, dat zijn vrouw een heks was en zich 's nachts in een zwarte kat veranderde. Na een tijde was hij echter geweldig opgelucht, dat er niets ergers was gebeurd.

De muldersvrouw is nooit meer in Haverhoek gezien en de mulder durfde 's nachts weer in de molen te malen tot grote tevredenheid van de boeren in de omtrek, die hun graan nu keurig op tijd gemalen terugkregen. En dat alles dankzij de moed van de hegmulder.
 
 

Spelsuggesties


Hieronder vind je een aantal spelsuggesties bij het bovenstaande verhaal:
 

Mulder Mikkels maakt ruzie met zijn vrouw

De Kabouters worden verdeeld in twee gropen en staan in een straatje tegenover elkaar. Van groep A gaat één Kabouter achter groep B staan. De leden van groep A spreken samen een woord af. Op een afgesproken signaal beginnen de leden van groep A het woord naar het eenzame A-lid te roepen. De leden van groep B proberen de communicatie te verstoren door er woorden tussendoor te roepen en veel lawaai te maken. Heeft het eenzame A-lid het woord ontvangen, dan wordt groep A verstoorder en groep B uitzender.
 

Nachtwacht met dierengeluiden

Mulder Mikkels hoort geluiden, maar weet niet, wat het is.

Eén van de Kabouters is nachtwacht en wordt even het lokaal uit gestuurd. De andere Kabouters krijgen allemaal een nummer en verstoppen zich verspreid in het lokaal. Het lokaal wordt goed donker gemaakt en de nachtwacht komt bninnen. De nachtwacht zegt: "Ik ben de nachtwacht en de klok slaat ...". Dan zegt hij/zij een getal op maakt met een stoffer en blik een aantal slagen. De Kabouter die dat nummer heeft, maakt een dierengeluid, waarna de nachtwacht moet raden welke Kabouter dat is geweest. Het geluid mag eventueel nog een keer herhaald worden. Als het dan nog niet geraden is, kan de nachtwacht een ander nummer zeggen. Natuurlijk kan er ook met twee samenwerkende nachtwachten gespeeld worden.
 

Kat en Muis

Mulder Mikkels en Floris worden door de katten achterna gezeten.

Uit de Kabouters worden een kat en een muis gekozen. De rest van de Kabouters gaan hand in hand in rijen staan. De kat en de muis kunnen nu in de lengte tussen de rijen Kabouters doorlopen. Op een fluitsignaal laten de Kabouters de handen los, draaien ze een kwartslag met de klok mee en vormen zo nieuwe rijen. Nu kunnen de kat en de muis alleen in de breedte door het veld lopen.
Op een geven teken start het spel. De kat probeert de muis te vangen. Dat wordt een beetje moeilijker gemaakt doordat de leid(st)er af en toe fluit, waardoor doorgangen in de andere richting ontstaan. Wordt de muis gevangen, dan kan er een ander paar worden aangesteld.
 

Expressie-vormen

Vrouw Mikkels maakt gebruik van haar toverkunsten

Expressie vormen zijn tijdens de kringopkomsten ook goed te gebruiken. Een voorbeeld van zo'n expressie-vorm is het volgende:
De Kabouters zitten op de grond. Eén van de leid(st)ers vertelt, dat vrouw Mikkels binnenkomt en hen zal betoveren.

Eerst tovert ze hen tot marionetten. Ze hangen aan touwtjes aan het plafond. Zelfs aan hun mond zitten touwtjes. Nu mogen ze rond gaan lopen, zoals marionetten doen. Als de aandacht wat minder wordt, kan de leid(st)er vertellen, dat vrouw Mikkels de touwtjes doorknipt, zodat alle kinderen op de grond vallen.

Daarna komt vrouw Mikkels met stijfsel. Alles wordt stijf aan de kinderen en zo moeten ze dus ook weer gaan bewegen. Als de aandacht weer verslapt, mogen ze weer gaan liggen of zitten. Dan komt vrouw Mikkels met een middel waarvan de botten slap worden. De Kabouters zatten steeds door hun benen en hun hele lichaam is slap geworden.

Daarna komt vrouw Mikkels terug met lood. Alles (lichaam, mond, oogleden, vingers, enz.) wordt heel zwaar en het bewegen gaat heel moeizaam. Vrouw Mikkels komt terug en haalt het lood weer weg. De Kabouters zijn nu helemaal leeg van binnen en worden nu met lucht volgestopt. Als ze het geluid van een pomp horen, moeten ze langzaam opstaan, net alsof ze opgeblzen worden en daarna rondlopen, alsof ze erg licht zijn. Als er tegen de kinderen geblazen wordt, of ze een duwtje krijgen, dan vliegen ze door het lokaal.

Na een tijdje komt vrouw Mikkels met een speld terug en prikt in elk kind een gaatje, zodat iedereen heel langzaam leeg loopt. De Kabouters liggen nu allemaal leeg op de grond.

Vrouw Mikkels heeft er echter nog niet genoeg van. zE komt nu weer terug met een emmer met en een kwast. In die emmer zit lijm. Vrouw Mikkels smeert iedereen met lijm in en als de Kabouters weer wakker worden, plakken ze overal aan vast: aan de vloer, aan elkaar, aan het meubilair, aan de muren en aan zichzelf. Dit laatste kan wel eens een beetje uit de hand lopen, maar de kinderen beleven er erg veel plezier aan.

Vrouw Mikkels komt nu nog één keer terug met een emmer met olie. Als de kinderen daarmee ingesmeerd zijn, zijn ze glad en glibberig en kunnen ze niets meer vastpakken. Als laatste maakt vrouw Mikkels iedereen in slaap en als ze dan wakker worden, is het net alsof ze alles gedroomd hebben.
 

Nachtmalen

Als alles donker is in de molen, kun je niets zien en moet je alles op het gevoel doen. Om dat te oefenen kun je voelkim gaan doen.
 

Nachtloper

De helft van de Kabouters staat geblinddoekt verspreid door het lokaal. Ze mogen niet lopen, maar alleen met hun armen om zich heen voelen. De andere Kabouters proberen tussen hen door te lopen, zonder getikt te worden.
 

Spoken in de Molen

Door de kieren van de molen valt het maanlicht naar binnen en weerkaatst op de wand van de molen. Wanneer je je hand in deze lichtbundel houdt, zie je de schaduw ervan op de molenwand. Probeer je handen nu eens zodanig in de lichtbundel te houden, dat de schaduw op de wand iets voorstelt, bijvoorbeeld een dierenfiguur.

Zoals je op de voorbeelden ziet, zijn er heel wat schaduwbeelden te maken.


 
[Vorige] [Thema opkomsten] [Zonder speltakthema]
[Bever thema] [Kabouter thema] [Welpen thema] [Esta thema]
[Home] [Email] [Sitemap]

HTML-Versie: © 1997-2016, Scouting Programma Site