De Zevensprong


  • Bron: naar het boek van Tonke Dragt
  • Gemaakt op: 15 januari 2002, laatste wijziging: 22 juni 2016

"Heb je wel gehoord van de zeven, de zevensprong?" Deze zin zal je ongetwijfeld bekend voorkomen uit het liedje van de zevensprong. Maar weet je ook dat het een spannend detective achtig verhaal vol raadsels en toverkunsten is. Want telkens als het ene raadsel is opgelost, komt er weer een nieuw. Met wat aanpassingen is het verhaal geschikt als zomerkamp thema.
 
 

Verhaal

Meester (maar zou ook leiding kunnen zijn) Frans van der Steg woont pas sinds kort in het dorp waar hij een baan heeft gevonden als meester van groep zeven. Iedere dag vertelt hij zijn leerlingen spannende verhalen over zichzelf, waarin hij Frans de Rode heet (vanwege zijn rode haar). Op een dag weet hij niets meer te verzinnen en vertelt de kinderen dat hij een belangrijke brief verwacht.
Tot zijn eigen verbazing krijgt hij echt een geheimzinnige brief thuisgestuurd. In eerste instantie denkt hij aan een grapje van de kinderen van zijn klas. Die blijken echter nergens van te weten.  In de brief staat dat Frans een solicitatie brief geschreven zou hebben, maar dit heeft hij niet gedaan. Frans en de kinderen besluiten samen het raadsel op te lossen. Frans is wel nieuwsgierig wie die onbekende: "Gr??. Gr??.." is, daarom doet Frans wat hem in de brief gevraagd wordt; hij laat zich door de koetsier van de onbekende ophalen en gaat opweg naar het kasteel van de onbekende. Tijdens de rit naar het huis van de onbekende krijgt hij ruzie met de koetsier en stapt uit de koets op een open plek in het bos: De Zevensprong.
Vlak bij de Zevensprong is een café. Frans gaat erheen om wat te drinken en de weg te vragen. Als hij het café binnenkomt, lijkt het helemaal verlaten. Dan komt er een jongeman de trap aflopen, die zich voorstelt als de Brozem. Hij biedt aan Frans mee te nemen naar de stad, achterop zijn brommer.
Vanaf de stad loopt Frans naar huis en bedenkt dan dat hij zijn boekentas in de koets heeft laten liggen. Hij besluit de volgende dag terug te gaan naar de Zevensprong, om in het café te vragen waar hij de koetsier kan vinden. Als hij bij het café aankomt, staat de koets voor de deur. De koetsier zit op de bok. Als Frans echter aan de koetsier wil vragen waar zijn tas is, gaat de koetsier er in vliegende vaart vandoor!
Frans besluit het café binnen te gaan om te vragen wie die koetsier is. Een grijze man met een baard vertelt hem, dat dat de koetsier van Graaf Grisenstijn was. Als Frans deze naam herhaalt, krijgt hij van de man een kaartje waarop staat:
 

De naam Grisenstijn kunt u beter niet hardop uitspreken.

"Als u meer van hem wilt weten, kom mij dan morgen na kerktijd bezoeken. Mijn woning 'Schijn en Wezen' ligt aan de weg van de Zevensprong naar Langelaan." Omdat Frans nieuwsgierig is geworden naar die geheimzinnige graaf, gaat hij de volgende dag naar de magiër toe. Als hij de voordeur van het huis opent, ziet hij geen gang of hal, maar gewoon een stuk grasveld en wat bomen! Uit een tent op dat grasveld komt de magiër te voorschijn, die zich voorstelt als mijnheer Thomtdidom. Hij vertelt Frans, dat Graaf Grisenstijn in het Trappenhuis aan de rand van het bos woont.

In het Trappenhuis wonen Graaf Grisenstijn en zijn tienjarige neefje Geert-Jan. In dit kasteel ligt al eeuwen een schat verborgen, elke Grisenstijn mag er tot zijn 18e verjaardag naar zoeken, maar het is nog niemand gelukt deze schat te vinden.
Geert-Jan is op zoek naar de schat, maar hij is niet de enige. Graaf Grisenstijn probeert hem tegen te werken
en er zelf met de schat vandoor te gaan. Zo mag Geert-Jan van zijn oom nooit praten met mensen van buiten het kasteel. Zijn oom is bang dat iemand te weten komt dat er een schat ligt in het kasteel.

Jan Thomtidom weet van de schat en wil Geert-Jan helpen, daarom heeft hij samen met Tante Rosmarijn een complot opgericht, dat inmiddels uit zes personen bestaat: Jan Thomtidom, Jan Toereloer, Tante Rosmarijn, Tante Willemijn,
Roberto en de geheimzinnige zwarte spion Iwan, die in het Trappenhuis verborgen zit.
Roberto vond dat een complot van zes niet compleet is en er een zevende bendelid bij moet. Daarom heeft Jan Thomtidom in naam van Frans een sollicitatiebrief geschreven aan Graaf Grisenstijn. In die brief solliciteert hij naar de baan van privé onderwijzer voor Geert-Jan. Als Frans mee wil werken, kan hij hem helpen met het vinden van de schat en Graaf Grisenstijn te vlug af zijn. Omdat Frans toch wel nieuwsgierig is, besluit hij de baan maar aan te nemen.

Samen gaan ze op zoek naar de schat. Er moet een geheimschrift en een gouden sleutel worden opgespoord. Ze worden wel voortdurend bespioneerd door Manus, de butler van Graaf Grisenstijn. Daarom besluit Frans te doen alsof ze het zoeken opgegeven hebben, maar Geert-Jan is het daar niet mee eens. Hij klimt op het dak om door het zolderraam te kunnen kijken. Maar ook daar is de schat niet. Dit avontuur heeft wel tot gevolg, dat ze Manus nu helemaal niet meer kwijt raken.

Ondertussen corresponderen de kinderen uit klas van Frans met Geert-Jan, zonder dat Frans het weet. De kinderen beloven Geert-Jan op zijn verjaardag op te komen zoeken. Als Frans de ochtend van Geert-Jans verjaardag opstaat en zich gaat scheren, krijgt hij de verrassing van zijn leven : zijn haar is groen. Werkelijk knalgroen! Als Frans even later Geert-Jan gaat feliciteren, springt hij een gat in de lucht en vertelt Frans van Het Verzegelde Geschrift, waarin aanwijzingen staan voor het vinden van de schat. Eén van de coupletten luidt :
 

Groenmouw zal de Spreuken spreken,
Groenoog zal de Sleutel vinden,
Groenhaar zal de Draak verslaan.

Daarom heeft Jan Thomtidom Geert-Jan een poeder gegeven, waardoor Frans' haren groen worden. Maar er is één gevaar: Ook Graaf Grisenstijn weet van dit Verzegelde geschrift. Daarom gaat Frans met een grote hoed op naar beneden. Graaf Grisenstijn ziet echter toch wat groene plukjes haar onder de hoed uitsteken. Hij laat Frans in een val lopen, sluit hem op in de torenkamer en haalt de politie erbij. Frans weet ondertussen te ontsnappen en klimt op de balustrade, waar hij het verjaardagsfeest kan zien. De kinderen arriveren en ook de Brozem met zijn gitaar komt. Ze gaan met z'n allen liedjes zingen, totdat één van de kinderen opmerkt dat Frans er nog niet is. Maar de Brozem zegt, dat het zonder schoolmeester veel leuker is. Dus zingen ze door. Jan Thomtidom, Jan Toereloer en Tante Rosmarijn zijn er inmiddels ook.

Als het feest in volle gang is, komt Graaf Grisenstijn binnen, met twee politieagenten. Eén van die agenten blaast op z'n fluitje, zodat het gezang ophoudt. Maar net als Graaf Grisenstijn iets wil zeggen, schreeuwt Frans tegen de Brozem, dat hij nog één lied moet spelen: Het lied van de Zevensprong. De kinderen beginnen aarzelend te zingen, maar dan steeds harder. En bij de zevende keer zingen ze zó hard, dat de muren trillen, de snaren van de gitaar springen en de vloer van de feestzaal het begeeft.

Net als iedereen ademloos naar de chaos staat te kijken schreeuwt Geert-Jan, dat hij de schat gevonden heeft ! En ja hoor, onder de vloer staat een grote eikenhouten kist met daarin een boek, een brief en drie bronzen munten. Graaf Grisenstijn gaat rood van woede weg, en een week later krijgt Tante Rosmarijn een brief met de mededeling, dat Geert-Jan maar bij haar moet gaan wonen. In het vervolg gaat Geert-Jan ook gewoon met de andere kinderen uit de klas mee naar school.
 
 

Invulling als kampthema

Bij aankomst bij het kampgebouw vertellen de Zeven Samenzweerders van het complot om Graaf Grisenstijn te verslaan en zijn neefje Geert-Jan te helpen. Daarbij geven ze een korte vooruitblik op de opdrachten die in de loop van de week allemaal volbracht moeten worden. Vervolgens kan Frans aangeven dat dat wel heel erg veel voor hem alleen is en vragen of de kinderen hem willen helpen.
Samen met de kinderen moet Frans vervolgens alle wegen van de zevensprong kunnen gaan verkennen. Iedere weg kan gekenmerkt worden door een raadsel dat opgelost moet worden en een eigen activiteitengebied. Hoewel het café de zevensprong heet en de wegwijzer ook zeven armen heeft, zijn er maar zes wegen. De zevende opdracht is het oplossen van een geheimzinnige spreuk, waardoor de schat gevonden wordt. Tegen het einde van het kamp ontvang je de uitnodiging van Geert-Jan om op zijn feestje te komen, waar de schat ook inderdaad gevonden wordt.

Hieronder zijn een aantal activiteiten voor in het kamp inclusief een link naar het thema gegeven:

Vervoer voor Frans
Graaf van Grisenstijn heeft Toereloer, koetsier van de Graaf, maar ook één van de Samenzweerders, ontmaskerd. Vervolgens heeft hij hem ontslagen. Hoe komt Frans alsnog aan vervoer? Knutsel in een middag een aantal voertuigen, waarmee Frans alsnog vliegensvlug naar het kasteel gebracht kan worden. Je zou ze op een zeepbaan kunnen testen.

De Butler
Gedurende het hele kamp worden de kinderen tegengewerkt door Manus, de butler van Graaf Grisenstijn. Helaas is hij nogal gemakkelijk om de tuin te leiden, waardoor Frans ondertussen gewoon  verder kan zoeken naar de schat.

Smokkelspel
Geert-Jan mag van zijn oom natuurlijk geen feest geven voor zijn verjaardag, want hij wil geen andere kinderen in het kasteel hebben. Tijdens een smokkelspel proberen de kinderen de Graaf en zijn Butler te slim af te zijn en toch slingers en allerlei lekkers het kasteel in te smokkelen.

Groen haar
Op de laatste dag werden alle kinderen wakker met groen haar! Dit was al voorspeld in het Gezegelde Geschrift ("Groenhaar zal de draak verslaan"). De Graaf heeft het helaas ook snel door en ontvoerd Frans. Bijna was alles voor niets geweest, maar gelukkig weten we Frans te bevrijden.
 
 

Meer over de zevensprong op deze site


 
[Vorige] [Kampen & kampthema's]
[Home] [Email] [Sitemap]

HTML-Versie: © 1997-2016, Scouting Programma Site
Algemene voorwaarden  Disclaimer